
Aangezien het gewicht van de last loodrecht naar beneden werkt, ontstaat een zuivere axiaallast. Bijgevolg volstaat een losse glijgeleiding van de haakschacht in de dwarsbalk.
Het lager wordt via een asmoer tegen de verbinding met de haakschacht geplaatst. Dit verhindert dat de asschijf loskomt zodra de lasthaak op de bodem terechtkomt.